Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ligt de vernieling. Schijnbaar getemde krachten moet Ge niet belachen, beschoeide rivieren niet kleineeren in Uw geringschatting, want nóg draagt het land, waardoor deze geboeide reus vloeit, nog draagt dat land tot wijder dan den einder, het nimmer gansch heelbare lidteeken van de zware worsteling tegen de vernietiging die ópsprong over de zware dijken, die U nu slechts voorkomen als fraaie landwegen.

Het IJsselland dat is vlak en eenzaam, voor droeven nooit te droef. In IJsselland zal U den spot vergaan. De troostelooze knooten aan de weideslooten wijzen met hun gebrekkige armen naar den hemel, recht naar den hemel en niemand weet beter, of zij heffen zoo de armen uit boete en leed.

En zoo kleurige bloemen ontluiken in IJsselland, dan doen zij denken aan lachende gelaten in een sterfhuis. Als de laatste bloemen verdord zijn (bloemen zijn kortstondig) dan rest het norsche biezengewaad, waar dit land aan is te herkennen. De biezen zijn taai en tarten den wind, de biezen sterven eerst als de winter al het andere leven op de aarde en in de boomen verjaagd heeft en opgeëischt. Het langst bhjft de Armbloemige met de bruine lansen, als deze bies sterft is het jaar uit.

'Als het jaar uit is, dan kunt ge Uw oogen sluiten. Anders ziet ge IJsselland als een macabere verlatenheid, als een schreeuw van eenzaamheid. Hubert die het land kent, in al de seizoenen, hij laat zich niet door wat weidebloemen van de wijs brengen; hij weet dat de milde een-

147

Sluiten