Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I Karei: (wil haar helpen —* door het slinI geren van den trein raken hun armen j elkaar.)

I Jenny: (bloost—mild, maar iets gereserj veerd) Karei steek een sigaret op. Ik vind j dat prettig, (rommelt in haar koffer) Wil I je is 'n mooi portret van Herman zien? I Je kent 't nog niet. 1 Karei: (correct, maar iets van teleurstelI ling. Het portret is heel groot, en HerI man is er wat substantieel op) 't Is prachI tig! Wat 'n gelijkenis. I Jenny: (ietwat onhandig) Ik ben er vaak I trotsch op geweest dat dit m'n man is, I (Nadenkend) M'n man. (Stevig, poging I tot gekscheren en tegelijk: getrouwde I vrouw zijn) Flink, hé? I Karei: rookt.

I Jenny: Lekkeregeur,zoo'ncigaret.(Opj eens weer jolig) Gut je moest 'r mij ook I eens een geven. Niemand kent ons hier I toch, 'k durf 't hier best. i Karei: (onwillekeurig) Niemand kent ons hier (beiden kijken naar de portier* : opening, als betrapt). I Jenny: (fluisterend) Niemand kent ons I hier. (Opeens) Gut, ik heb er nog niet

41

Sluiten