Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den heelen oever zijn opgericht. En in de verte de toegesloten huizen, met hun platte daken, en voornaam behangen met het verkleurd goud gelijkend traliewerk hunner nooit geopende vensters, de huizen, massief en dicht als reliquiendoozen. Maar tusschen dat alles, geluier van kleine, lenige, nietige menschen, verzwolgen door de wijdheid der ruimten, uitgestrooid, zoo hier en daar, over de banken, in groepjes tegen elkander acteerend, of soms wel een eenzame, bont getooide vrouw, die, de hand als een klein scherm boven de oogen, uitstaart in het licht. De weg vernauwt zich, en buigt onder frambozeroode rotsen, door onzichtbare handen omwonden met de bloemen van al de jaargetijden, in de uitdagendste contrasten, rozen, primula's, kleine chrysanten en orchydeeën, en als een eigenaardig soort ridderlansen spitsen er planten, aloës en aspedistra's uit de rotsspleten naar voren. Het is kunst, — ook de natuur is kunst; onze reis schijnt een tocht langs hangende wondertuinen, door een fantastisch verkwister aldoor maar verder en rijker aangelegd. Dan, ter andere zij-

81

Sluiten