Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welke de duisternis niet genoeg duisternis geeft. — O, eenzaamheid, vertrouwde eenzaamheid, o denken en rekenschap — het is alles heen. Denken aan alles, hoe het was, van het eerste moment, waarop het begon, dit triest avontuur, dat over mij beslist. — Neen, daaraan niet. — Verwarde beelden komen mij voor den geest. Ik bepaal mijn denken bij hem, bij Herman, — ik oefen mij in het herinneren, ik poog den klank van zijn stem te hooren, de woorden die hij eens tot mij sprak. Het is niets, het is geen voorstelling, geen klank, het is werktuigelijk stamelen van formules, die ik mij zelf herhaal. Doeik een misdaad nu, pleeg ik verraad? Ik zie hem niet meer, den vreemden, verren man in Indië, — ik zie hem zelfs niet, als vroeger wel eens, als een sukkel met zijn al te goedig-gekromden rug. — God, als ik maar kon begrijpen dat iemand haar wachtte, in het vreemde land! — Het is mij, of er een diepe gaping in mij open valt. Ik ben machteloos tegen den ijzeren drang van wat gebeurt, tegen een koppig dogma in mijn eigen hersenen, waarvan ik den

104

Sluiten