Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DRIE-EN-TWINTIGSTE HOOFDSTUK

Een lijkzang en lofrede.

Een ander uitzicht had ik niet, bij het gemelijk en verdrietig achter mijn vriend aan voortslenteren, dan zijn gebochelden rug.

Uren had ik zo<5 geloopen, samen met twee kwellende gedachten, den gelogen hoofdknik van den koning en den hond, toen ik plotseling Valentijn voor mij uit hoorde mompelen, waarbij hij allerlei onverklaarbare gebaren maakte met een lange, magere hand.

Behoedzaam sloop ik nader, tot ik deze lijkzang en lofrede verstaan kon:

„0 mijn makker, dien ik niet slechts met aarde bedekt heb, maar ook in mijn hart heb begraven, mocht een volgende lente je bed onder de boomen met bloesems versieren, en mocht je uit mij weer in hederen herleven. Maar hoe zal ik een zang vinden, die zuiver genoeg is, om een nederige, als jij bent, te eeren, en om het simpel te zeggen, hoe je in het stroo geboren bent en een god hebt gemaakt van je meester, hoe je brave kop het niet weet, wat je vroolijke staart kwispelt, en hoe je den dood tegemoet loopt, zoo

109

Sluiten