Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aanhouden. Thalberg begon langzaam, afgemeten en rustig. Langzamerhand versnelde hij het tempo, de voordracht werd energieker en na een reeks stijgende crescendo's voerde hij een bruisende finale uit en verzekerde zich zoodoende een geweldig sloteffect."

Het schandaal, waarop men gerekend had, bleef weg, en de beide rivalen toonden zich verzoend.

In dien tijd woonde Liszt met Marie d'Agoult, die overge* komen was uit Genève, te Parijs in Hotel de France, samen met George Sand. Na afloop van deze concerten waren de Liszt's eenigen tijd te gast bij George Sand op haar landgoed te Nohant. In „Le journal de Piffoel" beschrijft George Sand dit samenzijn. Marie d'Agoult heet daar Arabella. Van Liszt's im* provisatorische componeerwijze geeft zij een typeerende karak* teristiek: „Ik houd ervan de afgebroken phrasen te hooren, die hij op het klavier neerwerpt en die als met één vleugel in de lucht blijven hangen. Hij werkt zeker aan een compositie, die hij broksgewijze op de piano probeert. Zijn pijp, zijn notens papier en zijn pennen liggen naast hem. Zoodra hij een gedeelte heeft genoteerd, vertrouwt hij het aan de stem van zijn instru* ment toe. Ik geloof, dat deze grillige phrasen eerder een spon* tane gevoelsuitbarsting zijn, dan een werk van het verstand." Op Nohant werkt Liszt nog aan de overzetting voor piano* tweehandig van Beethoven's symphonieën en van eenige lic* deren van Schubert. Over Robert Schumann schreef hij een enthousiast artikel, dat hem de toenadering van dezen Rijn* landschen meester bracht.

Het schijnt, dat het samenzijn te Nohant niet geheel zonder ontstemmingen eindigde. Marie d'Agoult verdacht George Sand ervan, Liszt opnieuw aan zich te willen binden en een karakter als het hare kon niet lang in vrede met een ongegeneerde vrouw als George Sand verkeeren.

George Sand zelf vindt haar veronderstelde liefde voor Liszt een dwaasheid: „Ik houd van Liszt evenmin als van spinazie"; maar Huneker merkt ondeugend op, dat Liszt ze haar kan heb* ben leeren eeten.

Eind Juli 1837 reizen de Liszt's af naar Italië. Zij bezoeken onderweg te M&con Lamartine en komen over Genève en den Simplon in Milaan aan, waar Liszt zich onaangediend naar den muziekhandelaar Ricordi begeeft en als zijn visitekaartje op een der aanwezige piano's begint te spelen. „Dat is Liszt of de duiveF' zegt de oude heer Ricordi tot een van zijn bedienden.

Wegens de hitte wordt de reis spoedig voortgezet naar Bel* lagio, aan het Meer van Como, waar Liszt de villa Melzi huurt en er tot Februari 1838 verblijf houdt. Hier beleeft Liszt ge*

75

Sluiten