is toegevoegd aan uw favorieten.

De familie ter Kuile

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ENGELBERT TER KUILE was in 1776 een der burgemeesters van Enschede, en pleegde als zoodanig overleg met Mr. J. W. Racer tot verdediging van de door den Drost van Twenthe aangevallen „Stads Rechten en Vrijheden."

Hij woonde op den Loonshof aldaar, welk „huis, hof en where" hij op 6 Dec 1765 in publieke veiling gekocht had samen met zijn neef Jan Queckebooh voor ƒ4105.—; op 23 Aug. 1766 koopt hij van de erven Stockman nog een gedeelte er bij, terwijl hij de andere helft op 33 Mei 1796 van Jan Queckeboom overnam voor ƒ8000.— (Protocol Landgericht Enschede). Hij was één der zes Burgemeesters van E., die ingevolge Resolutie van het Departementaal Bestuur van Overijssel d. d. 24 Febr. 1803 benoemd waren. Ook wordt hij genoemd op de „Naamlijst van Fabrikeuren te Enschede", fabriceerende „alle zoorten van gekeperde en ongekeperde Bombazijnen, Katoenen baaijen en Marceilles". — Onder zijn overlijdens-advertentie in de Opr. Haarl. Courant van 14 Sept. 1808 leest men : „NB. De fabriek in Bombazijnen etc. zal op dezelfde Firma van E. ter Kuile en Zoon blijven canteeren."

Door zijn huwelijk schijnt hij een voor zijn dagen en omgeving welgesteld man te zijn geworden. Oorspronkelijk kwam de familie Mouritz uit Oerdingen bij Crefeld. De ouders van Catharina Mouritz moeten eene gerenommeerde gouden zilverzaak in Amsterdam hebben gehad. Zelf moet zij een zeer bijzonder opgewekte, drukke vrouw zijn geweest. (,,'T krieweligge hebt de Tekoeles van de Mouritzen" placht men te zeggen). Zij was medegerechtigd in twee heerenhuizen op de Keizersgracht en in een boerderij bij Halfweg, tot welker verkoop haar zoons in 1828 medewerkten.

Op 10 Nov. 1771 verkoopen „Engelbert t. K. coopman en Catharina Mouritz egte luden" aan Herman Stroink op het Engerink „haer eijgen toebehorende halve erve de Rytsplaatse", gelegen in de Osselerbroekheurne voor 700 Caroligulden.

Op 15 Jan. 1794 verkoopen de erfgenamen van Catharina van Loc hem weduwe van Jan v. Lochem voor ƒ 4872.— een huis en erve aan de markt te Ensch. gelegen tusschen Berend Hendrik Weddelink en advocaat ten Pol, aan Engelb. t. K. en Catharina Mauritz. . — aan E. t. K. verkoopen in 1799 Hendrikus Nagell en Anna Osselaar voor ƒ 5400.— een huis met grond aan den Gronauschen weg. En voorts koopt hij in die jaren nog verschillende tuinen, aan de Heurne te E. gelegen.

Volgens notitie in het „Boek der Jaarlyksche inkoomsten der Kerk te Enschede" bezat hij in dato 1802 in die kerk een dubbele begraffenisse tot aan de duur" d. w. z. „bij de kleine kerkduur beginnende op het koor".

In het „Doopboek der Hervormden te E." (Rijksarchief te Zwolle) is hij als „Engbert" gedoopt den 30 Maart 1740 en na zijn overlijden is (waarschijnlijk door Ds. Albertus Wesselink, die van 1757 tot 1806 predikant te E. was) daarachter geschreven (zie korte vertaling bij Dr. Benthem, Geschied, v. E. pag. 683): „Homo sapiens, pius, liberalis erga egenos, mihique amicissimus, optimus civis et exconsul."

25