Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kon je zoo pas m'n mond niet vinden, in 't donker...?"

Een rilling of hij het koud had trok door zijn schouders en een kreuk kwam in zijn bruine voorhoofd. „Stil toch, meiske," vermaande hij. Maar zij lachte er tegen in, hij zag haar glanzende oogen en de witte scherpe tandjes tusschen haar donkere lippen, wat onrustigs dook op in zijn kijken. „Bouk, die was niet als voorheen," flitste het door hem, — ,,g6', als hij vroeger bij haar bed 'zeten had, van 't zomer bevoorbeeld, dan ha'-ze zóo niet 'lachen en dat van haar mond vast niet 'zeid."

Uit de schemer van de bedstee voelde hij gestadig haar blik op zich. Ze lag op de rug, het hoofd diep in het kussen, en haar heete handen bewogen onrustig onder de druk van de zijne.

De avond daalde.

In de voorkamer gonsde zacht het water in de koperen ketel op het vuur, en Vrouw Zeelt kwam met de schemerlamp binnen, het kleine olielicht streelde een warme gloed over haar rimpelige wangen.

„We moeten ook 's an de schaft denken," zei ze hartelijk en bedrijvig sneed ze, boven een rood en wit geblokt servet, een versch wittebrood aan. Ze schoof de tafel dicht bij de open alcoofdeuren en porde het kachelvuur wat op.

,,'t Is 'n wonder zoo koud als 't is," snapte ze druk, — „je schaamt je warempel voor de buren, want in -die groote kamer, hier, je bent niet zoo knap, dat je de bloemen van de ramen stookt, 't Is compleet of je

76

Sluiten