Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oogen naar het vrouwtje, een wrevel trok door zijn gezicht.

Vrouw Zeelt bemerkte het en de bekommering gleed weg uit haar rimpelig kopje, ze beloofde: „Zoo gauw als 't maar eenigszins kan, dat spreekt vanzelfs ..."

Bedaard sopte ze de harde brood-korstjes in haar heete koffie en gnuiverig dacht ze plotseling aan Tjeerd's houterig zitten bij Boukje's bed. „Ja, warempel, ze hoefde gerust niet bevreesd te wezen voor occasie, zoo'n kouëlijk jong' als 't was! Hij had Bouk 'n kus op 't voorhoofd 'geven, ja, zuiver waar, op 't voorhoofd! Heden, heden, waren zij en Beert Zeelt toch heel anders 'weest in hullie jonge jaren, en toch ook nóóit onvoegzaam."

Even later ging ze, in haar dikke omslagdoek,

de kaper diep over het mutsje, de straat op.

„Je moeder vertrouwt me wel," zei Tjeerd, hij zat :weer voor het bed en keek onrustig en verwonderd om in de stilte.

Bouk lachte gedempt. „Ja, en ze moest 's weten wat voor 'n deugniet of ze vlak voor de neus had, nou?" Op het laken speelde ze met zijn vingers.

,Hè? Ik? Ikke ....?" Er kwam een klamheid in zijn handen, ,,'k Vat niet.. .?"

Bouk werd ontevreden. „Toé'," morde ze, — „waarom kijk je nou zoo stroef? 't Is krek of je wat op 't geweten hebt." Ze lachte korzel. „Toe* op de dijk, toch... ?," bracht ze hem bedeesd en bedachtzaam in de herinnering, en keek gespannen naar hem

80

Sluiten