Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IX.

De vrouwen zaten zwijgend ..aast elkaar in de schemerige roef, en de mannen spraken met ingehouën stemmen.

Rood en beverig schonk Jur uit de groote koperen ketel de thee, tot aan de rand goot hij de kommen vol, en onhandig en met een vreemde huilerige grijns bood hij er de witte kandij-klontjes bij aan.

Ieder nam er van, het hoorde zoo bij een begrafenis.

De versiersels waren nu weggenomen uit de roef, het spiegeltje hing omgekeerd aan de wand, en voor de raampjes waren witte zakdoeken gespannen.

Tjeerd zat tusschen zijn Vader en Wiggert in, hij hield de handen op de knieën en keek strak voor zich neer op de gele en roode streepjes van het vloerkleedje, gedachten had hij niet, enkel in het achterhoofd en in de borst een zwaarte.

Af en toe keek de ouë met schuwe oogen naar zijn jongen om, hij zei hem niets, wist geen opbeuring, elk troostwoord klonk schamel.

Ruurt's haren leken witter en zijn hoofd leek rimpeliger, zijn pezige knuisten beefden zwaar. Hendrien zat sprakeloos naast hem, haar devoot leed-gezichtje was diep overhuifd door de heilige blankheid van de

133

Sluiten