Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegenvallen, 'n Man-alleen, och da-'s niks 'daan. Ik denk er ook wel 's over, ik denk dan wel 's... I," hij stokte.

Riek tuurde strak op haar breiwerk. „Ja? Waarover dan?"

„Om nog 's weer te trouwen," zei hij schor, — „jong ben 'k toch nog zat."

„Hó-ja, 'n heel leven voor je," stemde Riek toe, — „da-'s vast," ze trok de wenkbrauwen op en tuitte haar mond, haar breipennen tikten rapper, en haar stijfselig schort kraakte bij de borst.

Tjeerd lei de handen plat op de knieën en-hij boog zich voorover.

„Weet je waar ik wel 's an 'dacht heb?," gaf hij schichtig te raden.

„Welnee," zei Riek in een halve glimlach, — „hoe zou ik....?" In haar kalme oogen kwam een kleine vroolijkheid en ze wachtte....

„Nou," hij richtte zich op met een ruk, en het rood trok weg uit zijn wangen, — „an jóül"

„Och heden," zei Riek en ze deed of ze erg verbaasd was, — „och héden!"

Hij knikte herhaaldelijk. „Ja, en—en ik weet ve'zelfs niet, hoe je dat nou opvatten zal, Rika, maar ernstig meen ik 't, da-'s secuur waar. En — en vreemd is 't mogelijk wel van 'n jonge weduwman, maar ik geloof waarachtig Riek, dat ik nou eerst in jou 'vonden heb, wat mij noodig is. Zoo dalijk was dat al, toe' 'k je pas zag, op die sneeuwerige middag, 't weet je wel, toe' je

I7i

Sluiten