Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En het drong plotseling tot haar door, dat zij nu blij moest zijn .. • dat dit wellicht het einde was ... het einde van haar leed en vernedering ...; maar zij voelde geen blijdschap, alleen een pijnlijke beklemming, niet minder dan vroeger, een haat jegens hetfrivole coquette kind, en tegelijk, bij het denken aan Herbert's roerlooze gestalte en strak verbeten gezicht, een haar zelf onverklaarbare Schaamte. En dan, plotseling, zag ze het alles wrang belachelijk, zooals een buitenstaander het moest zien: Herbert jaloersch loerend naar Dolly, en Herbert's vrouw jaloersch loerend naar hem; de vrees overviel haar dat een bekende haar zou herkennen en dezen zotafschuwelijken samenhang zou begrijpen. Ze strompelde den besneeuwden berm weer af en beproefde opnieuw het slechte, gescheurde ijs; de wind blies haar thans in den rug, in een paar minuten had ze de slootten eind gereden, tot waar de hooge boomen van den weg scherp afgelijnd tegen den al rossig gekleurden hemel stonden; ze voelde nu pas de ondraaglijke pijn in haar voeten en schenen, en, met een ontspanning, als was ze nu van een kwellendert plicht bevrijd, bedacht ze, dat niets haar nog tot bhjven drong, dat ze haar schaatsen uit kon schoppen om naar huis te gaan. Een halfuur nadat ze, kleumend en huiverend, èn zóó moe of ze een tocht van uren achter den rug had, met Jopie op haar schoot bij het vuur was gekropen, hoorde ze Herbert's sleu118

Sluiten