Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

graven. Er was iets dreigends in zijn zwijgend naar-beneden-komen, en een vreemde angst stuwde in haar op, dezelfde popelende, uit afschuw en intense spanning bestaande angst, waarmee ze eenmaal, als kind, twee kerels met gebogen koppen tegenover elkaar had zien staan . .. Als bevrijd ademde ze op toen ze Van Royen opeens met een luide, overdreven joviale stem: „Hallo! Bonsoir!" hoorde

zeggen. Ês . ,

Maar Herbert antwoordde er niet op. riij was de trap afgedaald en liep langzaam de paar passen, die hem van den man in de vestibule scheidden.

„Wat wou je ? Waarom kom je hier?" zei hij grof en uitdagend; hel en hard stonden zijn oogen in zijn strak gezicht. Weer trok om Van Royen's mond de schuwe zielige lach, terwijl zijn woorden struikelden als van een door denmeester betrapten jongen. „Ik dacht dat jij ... jullie zouën immers . . . jullie hadden immers het plan om een groote tocht. .. Daarom dacht ik .. . hoopte ik dat Dolly misschien hier ..." *K^^4>m

„Je ziet van niet," viel Herbert hem laconiek in de rede; Lize vóélde de verbeten woede in zijn wrang spottenden toon en om de geslagen machteloosheid van den ander drongen haar tranen van pijnlijke verlegenheid in de oogen. MaaropeensbarstteVanRoyenuit,methaast huilende stem: „Waar is Dolly dan? Jij weet het tochl" en zijn hand, die de nog besneeuw-

' 1 «VT

Sluiten