Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En toen begosten ze weer met de kaarten te spelen voor engelsche vijgen. Ze waren vriendinnen geweest van op de eerste communiedanken en waren het nog.

Tusschen twee kaartspelen moest Jo er toch telkens nog eens op weerom komen, en Philomène beloofde dat zij eens stollesteeren zou wie die slang kon zijn.

„Ewel," zei ze. ,,Jo, ik heb een fijn plan om dit serpent te ontdekken; laat mij doen; eer het viertien dagen verder is weet ik het."

En Jo is verblijd weggegaan in de zoete hoop van wraak.

Den anderen morgen met Aschwoensdag ging zij met Philomène naar de kerk een kruisken op haar voorhoofd laten stemperen.

En pas was Jo Duim in huis of geburen kwamen haar roepen, dat Philomène dood gevallen was, toen ze aan 't sterfputteken de koffiebeurs omkeerde.

Op ne weerlicht stond Jo bij hare vriendin, weende en wrong de handen.

Ze had haar beste vriendin verloren, haren toevlucht en haren troost* En na veel gelamenteer kwam Jo op haar zeiven, en verzorgde en lijkte hare doode vriendin.

En daar lag nu Philomène op haar smal wit bed, met het kruisken pekzwart op haar wit, glad voorhoofd, want dit had Jo er bij het wasschen voorzichtig op gelaten, als kristelijk mensen.

„Daar gaat Philomène beter mee in den hemel," dacht Jo.

20

Sluiten