Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

86

dat dit leven eigenlijk het ware leven niet is, verlagen het, maar wij, die het aanvaarden als het eenige leven, dat wij kennen, en die het erkennen als iets dat ten volle de moeite waard is, als iets heerlijks en iets groots, waarvoor het schoon is te leven en te sterven, wij schatten het op zijn volle waarde, wij verhoogenhet".

„En nu zou", redeneeren zij verder, „het tegenwoordig niet zoo heel veel moeite meer kosten alle menschen van de hooge waarde van dit leven te overtuigen en daardoor alle menschen met hun volle kracht aan de voortdurende verhooging en verheerlijking van dat leven te doen medewerken, als daar maar niet nog altijd was een restant van dat oude Christendom, dat steeds weder de jammerklacht aanheft, dat de wereld boos is en dat dit leven het waarachtige leven niet is. Altijd weer stuiten wij bij onze welgemeende pogingen om de wereld vooruit te brengen op die taaie traditie, die maar niet afleeren kan of wil, in „Lebensverneinung" iets moois, iets lofwaardigs te zien. Zelfs zeer vooruitstrevende geesten, die zelf lang met allen godsdienst gebroken hebben, hoort men nog steeds op gevoelvollen toon declameeren over zelfverloochening, belangeloosheid en dergelijken onzin meer. Maar dat komt alleen daarvandaan, dat het oude Christendom nog altijd zoo'n prestige uitoefent. Wij erkennen, dat dit historisch verklaarbaar en geenszins onverdiend is, maar dat heeft nu lang genoeg geduurd. Tegenwoordig kan het met zijn ideeën van „Weltflucht" en „Lebensverneinung" de vlucht der ontwikkeling, de vermeerdering van het geluk op aarde, slechts tegenhouden en houdt het die gansch onnoodig op. En daarom oorlog aan het Christendom: êcrasons Vinfame".

Wie deze klacht en aanklacht van den nieuweren tijd duidelijk wil vernemen, die leze de werken van Ellen Key, een volmaakt onzelfstandigen geest, maar die op onloochenbaar talentvolleen welsprekende wijze dergelijke tijdgedachten weet onder woorden te brengen en te populariseeren. En dit prijs ik in Ellen Key, dat zij ronduit erkent, dat de stelling, dat dit aardsche leven werkelijk al dien kultuurarbeid waard is, die er aan besteed wordt, eigenlijk een kwestie van geloof is. Immers als er geen leven is dan dit aardsche leven, waarom zou dan de enkeling niet leven volgens zijn eigen luimen en lusten en zich uitsluitend ten doel stellen de bevrediging van zijn eigen behoeften en begeerlijkheden

Sluiten