Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

171

stele niet meer, maar arbeide liever, werkende met de handen, opdat hij hebbe mede te deelen dengenen die nood heeft". Van vergoeding van het gestolene spreekt hij niet eens, dat sprak al te zeer vanzelf; maar de bekeerde dief moet doorgaan met werken, totdat hij genoeg heeft om anderen mede te deelen, eerst dan is het doel van zijn bekeering bereikt.

Men vertroebelt en bemoeilijkt het inzicht in deze waarheden gewoonlijk — onwillekeurig! — doordat men bij „geven" het eerst en het meest denkt aan stoffelijke goederen, zelfs vaak uitsluitend aan geld en geldswaarden. Natuurlijk geldt het ook daarvan. Maar niet in dien zin, dat de mensch maar moet uitdeelen en weggeven totdat hij zich en de zijnen tot den bedelstaf heeft gebracht. Ik lees in de boven aangehaalde Bijbelwoorden slechts de verplichting om weg te geven wat men werkelijk missen kan, waarbij het geweten moet uitmaken, hoeveel dat is. Wanneer Jezus aan sommigen — niet aan allen! — die lid wilden worden van Zijn engeren kring, den eisch stelde, alles te verkoopen wat zij hadden en de opbrengst den armen te geven, zoo deed Hij dat ongetwijfeld allereerst uit psychologisch inzicht, omdat Hij zag iemand voor zich te hebben, wiens ziel tot eiken prijs van de beklemmende aardsche banden moest worden bevrijd. Het was dus slechts een toepassing van den regel, dien Hij in een ander soortelijk geval aldus stelde: „Niemand, die zijne hand aan den ploeg slaat en ziet naar 't geen achter is, is bekwaam tot het koninkrijk Gods" (Luk. 9:62). Maar voorts heeft dit woord toch vooral symbolische beteekenis. De mensch, iedere mensch, de arme zoowel als de rijke, moet leeren tegenover het bezit te staan in de verhouding, die Paulus aldus aanduidt: „als niets hebbende en nochthans alles bezittende", m.a.w. niet als eigenaar, maar als vruchtgebruiker. Van de goederen des levens geldt n.1. d fortiori wat reeds de heidensche dichter Juvenalis van het leven zelf zeide, dat het niemand in eigendom, maar allen in vruchtgebruik wordt gegeven % Het Christendom drukt zich nog duidelijker uit door het beeld van een verantwoordelijk rentmeester. De eigenlijke eigenaar van alle goederen is Ood, die ons tot rentmeester daarover heeft gesteld om ze te

!) Zie hierboven bl. 109.

Sluiten