Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

175

voor beide hetzelfde. Maar de kunstzinnige arbeider verkoopt wel het hout en den arbeid, maar hij geeft weg de liefde van zijn hart en die weggevende verrijkt hij zijn ziel nog veel meer dan zijn beurs door den bedongen prijs. De onderwijzer, de leeraar, die onze kinderen onderwijst, wordt betaald uit de gelden, die wij opbrengen, deels rechtstreeks als schoolgelden, deels indirect als belastingen. Daaruit wordt hem zijn salaris uitbetaald, maar zijn onderwijs wordt niet betaald, kan niet betaald worden, want onderwijs is altijd — min of meer! — zichzelf geven! En hoe meer hij dat geeft, hoe meer hij zichzelf verrijkt en hoe rijkelijker hij zich ook beloond voelt.

Daarom, wie eraan twijfelt of de spreuk: „het doel van alle bezit is de uitdeeling ervan" wel waarheid is, hij bestudeere haar eerst op zuiver geestelijk gebied, dan zal hij mettertijd haar ook wel op ander gebied — mits altijd binnen de grenzen van het zuiver menschelijke, want de dierlijke, de a-morale natuur kent deze wet niet—als een algemeene levenswet leeren onderkennen.

Is dus de compleete mensch de mensch die geeft, en niet hij die neemt, dan moeten wij onze kinderen ook tot gevers weten op te voeden, met name in onzen tijd, nu de menschen meer dan ooit nemers geworden zijn en de wereld meer dan ooit gevers noodig heeft.

Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Zelfs stuit de toepassing in de opvoeding nog op een bijzondere moeilijkheid, die wij te meer onder de oogen moeten zien, omdat zij niet opgeheven kan worden. Zij is deze, dat het kind nog geheel verkeert, en moet verkeeren, in de periode van in- en opzamelen, van het innemen, en niet van het uitgeven. Zelfs daar, waar men, krachtens de eischen der nieuwere paedagogiek, de receptiviteit uit het onderwijs tracht te bannen en te vervangen door de spontaneïteit, de activiteit van het kind, zelfs daar geschiedt dit alleen opdat het kind daaraan zijn krachten zou oefenen en sterken, dus kracht tot zich zou nemen: het van zich uitgeven, het exploiteeren van zijn krachten, komt eerst later, mag eerst later komen, wanneer die krachten voldoende ontwikkeld en geoefend zijn. Alle voorbarig „geven" van de zijde van het kind zou niets anders kunnen zijn dan een treurig mengsel van vroegrijp-

Sluiten