Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAARTAL 1868

18

smartgevoel bij het steeds minderen van het aantal dergenen, die bereid zijn dat geloofsleven te voeden en te leiden."

Dr. Kuyper noemt dit kleine stukje van Ds. Heldring niet maar de vluchtige uiting van een voorbijgaande gedachte, maar veeleer een manifest aan de kerk, dat wel met afzonderlijken letterdruk vooraan in het Octobernummer had mogen staan, en ook buiten het Tijdschrift der Vereeniging om, als vliegend bladeke en dagblad-artikel in alle richtingen had mogen verspreid worden. „Het is een dier diep ingrijpende levensvragen, die met noodlottigen drang welhaast voor onze kerk aan de orde komen zullen, die hij als trouwe schutspatroon nog bijtijds aan de orde stelt, nog eer ze ons onverhoeds zeer ongelegen verrassen komt."

In dit opstel wijst Dr. Kuyper dan allereerst op den tegenzin tegen de Evangelie-bediening, die zich bij toeneming openbaart in die kringen, waar de moderne levensrichting de christelijke heeft verdrongen. Uit de geschiedenis der kerk, „die goede leermeesteresse" toont hij dan verder aan, dat de breede schare van dienaren der kerk noodwendig moet inkrimpen, zoodra de tijdgeest zich tegen de kerk keert en elke andere betrekking aantrekkelijker doet schijnen dan de dienst bij haar altaren. Maar met de geschiedenis der kerk voor oogen meent de schrijver toch Ook juist uit de inzinking, waaraan de Kerk thans ten prooi is, een krachtiger opwaken ten leven voor de toekomst te mogen, profeteeren. „Ja, wie gelooft aan de rythmische werking des H. Geestes, die ziet in die toekomst de dagen reeds komen, waarin de kerk van Christus weer een hoogtepunt op haar levensweg bereiken en een nieuwe periode van rijken bloei en schitterenden luister zich voor haar leeraarstand openen zal. Maar dan ook, evenals de mannen der hervorming, onzen plicht beseft om te handelen. Natuurlijk, niet allen kunnen op de voorposten staan, om zeiven, met eigen oog, de gevaren die opkomen, te ontdekken, en daarom is het goed, dat mannen als onze Heldring waarschuwen! Maar door mannen, die op haar vertrouwen aanspraak hebben, eenmaal gewaarschuwd, is het dan ook aan de gemeente om te toonen, wat warmtegraad het leven in haar bereikt heeft. Moge de uitkomst een getuigenis vóór haar zijn, — een getuigenis niet enkel blinkend in het goud en zilver dat geofferd wordt, — maar sprekende vooral in die jongelingen en mannen, die ze uit haar midden verwekt om de bediening des Heeren te aanvaarden! Het zou ongepast zijn, nu reeds vooruit

Sluiten