Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

203

JAARTAL 1878

steê van de spottaal ook weêr voor Israël op de lippen gekomen. Dien men eertijds onder de Christennatiën vloeken dorst, wordt thans door duizenden bij duizenden gezegend.

Sinds Da Costa, Capadose, Schwartz, Van Ronkel, Lion Cachet en anderen ons uit Israël gegeven werden, is, meê op Engelands en Schotlands initiatief, de liefde voor Israël weer wakker geworden. Israël is den Christen weêr een steun voor zijn geloof, een vleeschen monument voor de waarheid der Heilige Schrift geworden; een volk, dat ook voor de toekomst van het Godsrijk nog een eminente beteekenis heeft.

Vraagt men Dr. Kuyper nu of hij in Nederland beperking van de rechten, den Jood verleend,zou begeeren, dan antwoordt hij: in geen enkel opzicht. Slechts wenscht hij, dat de fictie ophoude, de eigen nationaliteit van Israël niet langer geloochend worde, en een eigen staatsrechtelijk privilege aan de Joden als zoodanig, dus als coöperatie worde verleend.

Aldus de gedachtengang der artikelenreeks uit 1875.

En die uit 1878, getiteld: Liberalisten en Joden, ademt denzelfden geest.

De slotsom van het betoog vatte de schrijver saam in deze vier conclusiën:

1. Het gevaar van het oogenblik ligt niet daarin, dat de Joden het Liberalisme troetelen, maar veel meer hierin, dat onze Libe-' ralen door en door verjoodscht zijn. J

2. De Joden vormen, ondanks hun pogingen tot reformatie en hun onderling verschil van godsdienstige zienswijze, een goed gesloten phalanx, die door haar geestelijken invloed op het Liberalisme, aan het streven dezer coterie een fanatiek, zeer bepaald den Christus vijandig, karakter leent.

3. Er bestaat geen de minste aanleiding om aan de Joden iets van de rechten te ontnemen, waarvan hun op dit oogenblik het bezit gewaarborgd is.

4. De eenige verhouding, die den Christen tegenover de Joden voegt, is een wedijver met Israël in zedelijken ernst, een bestrijding door geestelijke meerderheid en een missie onder hen van onze liefde, van onze gaven en ons woord.

De afzonderlijke uitgave van deze artikelenreeks bevat de volgende regels als inleiding:

Sluiten