Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kunst is een der uitingen van den menschelijken geest en vindt als zoodanig haar oorsprong in den Alverwerkelijker. „Einer dichtet in Allen und wir sind Mitdichter des Einen", zoo heeft Schelling gezegd. Zooals nu in het heelal en in den menschelijken aanleg orde, idee, Goddelijke logiciteit (Joh. 1: 3) openbaar wordt naar natuur-, rede-, zedewet, zoo ook is daar in de kunst Goddelijke idealiteit. Wie de kunst veracht zondigt derhalve tegen Gods Woord, Gods Wijsheid als Alverwerkelijkend. Deze, de kunst, hebben wij ergens genoemd: een pelgrimstocht van het zienlijke naar het onzienlijke. Daarmede bedoelen wij niet een rangorde als wel een voortgang. Eerst is daar de bouwkunst. Hier worstelt de geest met de massale stof en onderwerpt haar aan maat, gewicht, getal, symmetrie en harmonie. Maar, het leven, het organisme wordt hier nog niet betrokken in het monument. Dit doet de beeldhouwkunst, die het leven als tintelen laat door het marmerblok. De schilderkunst idealiseert een der drie afmetingen en laat in het oog, den spiegel der ziel, het innerlijk lichten. De muziek sluit het oog, opent het oor, de stemmen van het bewogen diep komen op, de stem van „das Herz der ganzen Welt" (Schopenhauer) rijst in klacht en jubel omhoog. Uit de muziek wordt dan voorts het woord gebeurd (Beethoven's negende, Mahler's symphonieën, enz.) en daarmede komt de idee naar haar bewuste uitspraak aan de orde in dichtkunst, in lyriek, epiek, tragiek en komiek. Aldus is te verstaan, dat de oude Grieken in het tooneelspel volksopvoeding en godeneer verbonden. De mimiek is daarbij, naast het woord, gestaltedrang, die uit de roering van het beleven wordt geboren.

Wie zoo de kunst ziet in haar organischen samenhang als „gave Gods, den mensch ingeschapen", zal zich wel hoeden de kunst te onderschatten of weg te dringen. Integendeel, zulk een verstaat, dat ook de kunst is een spraak der „eere

35

Sluiten