Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volk, hoe klein ook, heeft daar de gelegenheid, zijn invloed uit te oefenen en initiatief te nemen ten goede.

Den geest van internationaal vertrouwen post te doen vatten, het is natuurlijk juist nü een werk van langzamen aard, in ónze dagen, nu er in allerlei hoeken uit den oorlog nog zoo ontzaglijk veel nervositeit en wantrouwen en schichtigheid overgebleven is. Zoo menige moeilijkheid spruit uit dit feit voort. Ook de nieuwe staten vormen uitteraard een speciaal element van nervositeit en bezorgdheid, in hun nieuw bestaan.

Juist met het oog daarop is in het Grondverdrag dan ook het beginsel van onderlinge garantie uitgesproken. Dit raakt ten nauwste de kwestie van de vorming van internationaal vertrouwen, waarvan ik sprak. Door artikel 10 is over en weer de verzekering gegeven van de eerbiediging van elkanders grondgebied. En mocht dit grondgebied door een ander worden geschonden, dan zal de Raad over mogelijke te nemen collectieve maatregelen beraden. De behoefte aan zulke garantieverbintenissen is blijkbaar een natuurlijk verschijnsel van den geestestoestand in verschillende landen, die in een wereldoorlog zijn gewikkeld geweest. Men vindt haar in elke eeuw, elk tijdvak terug. Zij is een uitvloeisel van de overgebleven nervositeit, de onzekerheid. Zooals bekend, wordt er thans wel het sterkst door Frankrijk aan gehecht. Dit land zou de algemeen gestelde garantie van het Grondverdrag versterkt willen zien. Het is dan ook juist de gedachtengang van den Engelschen staatsman Lord Robert Cecil geweest, den Volkenbond nog krachtiger toe te rusten tot het geven van herstel van vertrouwen, tot het wekken van het gevoel van veiligheid, in de wereld. Op dien grond heeft Lord Robert een aanvullend garantietractaat voorgesteld, dat voorloopig in de Vergadering is onderzocht, en nu aan de regeeringen voorgelegd. Het laat bovendien de sluiting van speciale garantieverdragen toe, ja, moedigt die aan. '{§£$! *-Zóoals men weet, heeft de Nederlandsche Regeering tegen dit plan een afwijzende houding kenbaar gemaakt. Zij ziet in Cecil's stelsel een, door hem ongewilden, terugkeer tot ouderwetsche alliantiepohtiek. Die heeft immers ook altijd zuiver defensief geheeten. Maar hoeveel onrust en wantrouwen heeft ze niet gesticht! En niet zelden is ze op offensieve politiek uitgeloopen. In het voorgestelde Volkenbondtractaat heeft men gezocht dit gevaar te ondervangen, door de bijzondere garantietractaten te onderwerpen aan de goedkeuring van den Raad. Daardoor, hebben de voorstellers gemeend, kan er voor gewaakt worden, dat alleen een zuivere, waarlijk internationale en vertrouwensvermeerderende bijzondere garantiepolitiek zal worden toegepast. Anderen achten dit echter niet verzekerd.

Ik zal over de mérites van het vraagstuk hier geen oordeel uitspreken. Op het oogenblik een internationale positie bekleedende en daarvoor verantwoordelijk, heb ik geen positie te nemen ten aanzien van de houding, door bepaalde regeeringen tegenover zekere vraag-

x8

Sluiten