Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Indien een romancier van dit tooneel een hoofdstuk in een historischen roman zou maken, hij zou Richard's woorden van teederheid omlijsten met een uitvoerig commentaar van diens verwrongen innerlijk en schurkachtige gedachten, welke door deze woorden gemaskeerd worden. Zelfs gebaar, mimiek, de flits in zijne, naar het effect dier woorden loerende oogen, de zalving in zijne stembuiging: aan dit alles zou de schrijver een paar schitterende bladzijden kunnen wijden. Niet aldus de Dramaturg. Voor hem spreekt alles van zelf, hij heeft zijnen Richard in den geest gezien en gehoord en noteerde alleen maar de woorden, die onvermijdelijk over de lippen van zóó iemand in diè gezindheid en in diè situatie moesten komen, het aan ons overlatende, door die woorden heen den „leibhaften" Richard terug te vinden. Dit terug-vinden nu, dit zien en hooren van een levend wezen achter den tekst, is bij uitstek de gave van den tooneelspeler, maar ik geloof, dat wel bijna een ieder, die eenige verbeeldingskracht, taalgevoel en vooral taalgehoor bezit, eenigen aanleg in dit opzicht tot ontwikkeling kan brengen, dat hij een drama kan leeren Zien en hooren, ook al mist hij de talenten, om het met het eigen lichaam en de eigen stem volkomen te herscheppen. Ware dit niet zoo, dan zouden ook wel alle toewijding en moeiten, die wij ons in onze studiën willen getroosten, vergeefsch zijn.

33

Sluiten