Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK II.

De solidariteitsgedachte, welke aan het stelsel der R.-K. Bedrijfsraden ten grondslag ligt, heft de maatschappelijke tegenstellingen nog niet op.

Ten eerste al niet binnen den kring dier bedrijfsraden zelve, waar zij den kapitaalbezitter zijn voorsprong op den werknemer laat behouden, en ten tweede in nog veel mindere mate op het algemeen maatschappelijk terrein. Daar schept dit stelsel een tegenstelling van den allernoodlottigsten aard: de tegenstelling tusschen het belang van den producent en den consument. Elk lid van de volksgemeenschap is bij dit stelsel als producent de tegenstander van zichzelven als consument. Wat hij op het eene terrein verovert, moet hij op het andere gebied noodwendig verliezen. In voor hem het beste geval, wordt zijn betere positie, door een ander deel der gemeenschap betaald.

Afgezien van het principieele verschil in beginsel ten aanzien van het behoud van het privaat bezit, zooals dit in het roomsche bedrijfsradenstelsel tot uitdrukking koirit, heeft laatstgenoemd stelsel sterke trekken gemeen met dat van het syndicalisme.

Het centrale punt in beide stelsels is de productie, met het daaraan verbonden directe eigenbelang van den producent. Het belang van de maatschappij als geheel, waarbij de producent ook gezien wordt als een consument, wiens belangen als zoodanig het beste tot zijn recht komen, naarmate hij meer voortgebrachte goederen tot zich kan trekken, wordt vereenzelvigd met de bescherming van de positie van den producent.

Op de uitbuiting van den consument loopen beide stelsels uit en voorzooverre de roomschen hun stelsel hebben moeten aanvullen met

42

Sluiten