Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Louis Adriaan Peterin, Luitenant-voogd in het Staatsch land van Valkenburg^ spreekt* in0 zijne" briéven! aan ' zijir principaal

" (Publicatrons^iXXlV) over zulke bende "Van arme stumpersf die onbewust door andere'"tot den diefstal werdëh meegesleept en veelal aan de-galg zijn^bpgeknoópt voor dfefslalferiy'die" in-onzen tijd met'een :paar*>dagën*'öpsluitirïg zouden w^rTOh^géstraft. I-Ie* domme volk, zoo zegt' hij- vérdër7*lfet r,*rcbJ allicht süjj'gèreèren door het bijgeloövig eri; goddeloösf cërémöirieèl 'bij de7'fëceptie en*verlèide« door hetg^êWot van r<ien|b"èdwèlmenden drank. „C'est

"üne bande (zoo' zegt -Pélëfin fii 'zijtf'FrlJnschè brrevëh)- qöi a fait beaucoüp de bruit et peu dé mal/ ón'ë bancre*iqm n*a^neri;rëe^

>m6nt d'effrayarit que Je grand norhbre' de complices dëononcés. De pauvres innocents qui' furent entrainés sans présque savóir ce qu'ils avaierït fait en dbnt le èrrtiifè jSnncipatètaftd'ètre de la bande.''

aan een diefstal te Susterseel en ihéenhtu-£*bij'" Luik, en aan de Wedi Antoon Meertens te Nagelbeek, alwaar eene uitgebrande lont werd gevonden, een brandbrief te hebben bezorgd. Nadat hij „semoto orani terrore" zijne bekentenis herriep en" scherpere examinatie met de schroeven op de duimen werd toegepast, noemde hij de volgende complicen : dë Scheile Bastiaan van Aken, Henrie van Aken'met nog een vrouwspersoon, een schouwveger fvan Aken,v eenen " van

^Masö&icht' gehuwd met zekere Aldegondt, Pancas uit het Limburgeersch genaamt Kakaske, Laurens van Breda, Jacob vain Cöllen,"Péter genaamd de gekkê Pierre, Pitterke een Duitscher, Simon van Luik, ,;Nol: schoonzoo» Van Houtzken, zekere Joseph door Marechaussee gezocht, twee Fransosèn te Luik gehangen. Thijs den Duitscher met 'vrouw èn moeder (Enne en.Elisabeth);' Pfttf^S"! HollaWer' 'met zijne vrouw,' Jan van 3itsi twee Joden waarvan eei^jfflet"jodenbaar'd genaamd Abraham"** Joseph. En bekende aan de volgende diefstallen medeplichtig te zijn geweest'^ in een huis bij de kérke të Bieght'in- winter 1761)1762 'waarvan de keldër met een ploegcoutere werd geopend,* eh'-tlaaruït 2 piotten boter, vlaaijen en weggén "(wttbrbod) gestolen werden; diefstal te Rummen (graafschap Loon) alwaar Steijh de horlögiemaker een 'gat in. een huis brak, dé bewoners daarvan op hunne bedden gekneveld, cleèdereri" eti " zes rijksdaalders daar gestolen had; diefstal té Bochet; 'diéstal in eeri'%üis "tegenover Urmond ; diefstal te Kinderen; diefstal te TitS (bij Jülich) alwaar in een huis 'té 'midden van het dorp door denschepen Bastian'boter en cleerén 'gestolen werden ;diefstal ,te Lommei bij -Postert in hét jaar 176$ 3o6r . 2 Joden' van de Markt te Sittard medegenomen, dachten zij aldaar eeri "gfooten haas te vinden doch vonden slechts eenige cleeren; die stal bij den eremiet onltrèht Borgloon in 1761, welken eremiet zij uit de kluis lokten, en'hem de kapel deden openen, waaruit zij medenamen een bleecken doosken waarin 5 schillingen; te Guttecoyën alwaar zij in een kelder braken en boter stalen; een diefstal op hunne reis naar Diest; diefstal te Linckert inbraak door een muur alwaar zij kleerfen stalen. Tatef-Sus

>Verklaarde nog in de bende genoemd te worden: Jesuken of het, cleen swert lieven Heercke.

f 'Op' 4 Juni 1762 werd Tater-Sus tér dood veroordeeld en op 5 Juni had de executie plaats* ten overstaan van den Schout, dén Secretaris èn 6 Schepenen, Tater-Sus had 75 dagen in de gevangenis gezeten. "

Joseph Mathij ontsnapte uit de gevangenis van ter Borg "s morgens op 27 April 1762 na eenmaal getortureerd te zijn geweest, Kf-zijn gëvangencel

115

Sluiten