Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Hollanders durven niet meer, als vroeger toen gij, brave Oranje, leefde. Ze zijn slaven geworden, ... en ik? ... Ik ook! De onderdrukking heeft onzen moed en onze fierheid gebroken...."

En grootvader had nog meer gezegd. Hij had verteld, hoe toornig de politie-commissaris geweest was dezen middag, toer hij Jacques thuisbracht en hoe deze weer dadelijk uitgebarsten was: „Ik heb kebroken mijn arm, dat heeft kedaan die Hollandei op skool. ..."

Grootvader had ook verteld dat de gevreesde Fransch* ambtenaar hem met een huis zoeking gedreigd had, omda er allerlei lasterpraatjes rond gingen, omdat er beweert was, dat meester Volkerts: verboden boeken en geschrif ten in huis had, en dat hij ii stilte heulde met mannen, di< bij 't Fransche bestuur beken< stonden als Oranjegezinder en als haters van zijne Door luchtigheid den Keizer.

De oude man had verdrieti 't hoofd geschud. „Wie zoude toch mijn verraders zijn Dwaze menschen!"

En in zichzelven had hij ge mompeld: ,,0, gave God, da

de verlossing nog kwam vóór ik stierf. Ik wilde mijn Hollan zoo gaarne vrij zien, zooals 't was eenmaal...."

„Jongen, jij gaat morgen naar huis. 't Is niet goed, dat je lange hier blijft, na de gebeurtenis van dezen middag. Geloof me! He schijnt, dat de Franschen na Napoleon's nederlaag in Ruslan onrustig zijn geworden, en de geruchten, dat zijn leger i Duitschland, na enkele overwinningen, ook weer teruggeslage wordt, maakt hen nog zenuwachtiger.

Ze worden strenger dan ooit. Ze doen als de kat, die het muisj voelt wegglippen onder zijn pooten en zijn nagels haastig no dieper in 't vel slaat...."

Jan stond dit alles te overdenken en het trompetgeschetter i de verte maakte hem vreemd bang.

Sluiten