Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

22

donk1) had bezorgd, was gaan slapen in de schuur van een klein herberéie buiten To steeg Voor een paar duiten had de herbergieiden haH-zieken zwerver wel een plekje naast het geitenhok

^Eerft tegen den avond was Frans ontwaakt tamelijk verkwikt; en een stevig maal, in „De Engel," een andere herberg bij de Tolsteegpoort, gebruikt, had hem geheel opgemonterd Vol öoedÏÏ moed en verlangend zijn oulen grootvader weer te zien na enkete weken zwervens, was hij de stad ingegaan, zijn k.,k-

kaMaar frdTfoltarf^ stootte hij op een volksoploop, 't Was vóór het huis van Van Megersen, den ongeduldigen hoedenmaker, £ dien SgToude, geliefde Oranjelint had vertoond omdat Amsterdam van de Franschen verlost was, en hi, meende dat Moïïtor en de zijnen zich nu wel niets

't Was hem slecht vergaan. Een van de jonge Veliten), rhe er oasseerde, had finaal de ruiten ingeslagen; t had dezen melkmol wel een flink pak slaag van een troep ^anjelievende CerTongens bezorgd; maar na de geduchte vechtpartij die: er toen tusschen burgers en Veliten was ontstaan en natuurlijk met het veX van de eersten eindigde, waren Van Megersen en zijn vrouw en nog twee burgers, Klep en Schuurman, die „Oranje boven!" hadden geschreeuwd, gevangen genomen.

Hen avond nu zwierven weer eenige van de opgeblazen en onverschillige Veliten door de stad en raakten in de buurt van de Vollerbrug opnieuw aan 't bakkeleien.

Een roepjf straatjongens had staan kijken hoe een buurman van Van Megersen wat planken spijkerde voor de gebroken ruiten van den voorbarigen Oranjeklant. Ze hadden de Veliten opgemerkt; die spottend passeerden. Ze hadden hen nageschreeuwd met den scheldnaam, die vaak gehoord werd: „Piele piele, Piele! Kwak, kwak, kwak!" en waren snel het Rozendaal inge-

^"Èn werkman," ging Frans verder, „die juist passeerde, heeft

M Een week daarna werd deze heer met nog drie andere :™™™™ inwoners van Utrecht, de heeren de Perponcher Ram en Budding, s nachts heTmêüm gevangen genomen en den volgenden dag naar Gonnchem gevoerd, "'stendienen lis waarborg tegen vier schuldige Fransehe= die in Rotterdam en 's Hage door de Oran eparti in hechtenis genomen waren.

') Moütor hld onder zijn bevef ook een duizendta zogenaamde pupdien of Veliten — „Fransche weeskinderen" noemde het volk ze. _ t Waren jonge soldaten, bijna allen beneden de twintig jaar, gelicht uit alle mogelijke

Sluiten