Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

202

van zijn soldaten kon hij geen weerstand bieden, wilde hij zich niet aller ontevredenheid op den hals halen.

„Goed!" riep hij hun toe, „neemt het dan, als je niet anders wilt! Stuurman, houdt op dat schip aan!"

En krijtwit van woede verliet hij de campagne om zich in zijn kajuit terug te trekken. Zijn twee kajuitwachters gaf hij bevel, dubbel waakzaam te zijn. Hij legde twee blanke zwaarden naast zich neder, stak een geladen pistool in zijn gordel en hield een tweede in de hand.

Door Herman liet hij zich herhaaldelijk inschenken. Zoo wachtte hij af, wat er gebeuren zou.

Onder een geweldig getier en gejuich werd het bevel van den Commandeur aangehoord.

„Hij kiest eieren voor zijn geld," blies de bootsman zijn vrienden in het oor. „Opgepast, mannen, drinkt niet te veel, maar laat de anderen, die met meedoen, des te meer drinken. Eer het avond is, zijn wij allen schatrijk. Maar gebruikt je verstand en weest voorzichtig. Den Commandeur spoelen wij de voeten, en denkt er om, dat Herman Taams mijn persoonlijke buit is. Met dien jongen wil ik nu voor goed afrekenen."

„Wat kan ons dien jongen schelen ?" klonk het terug. „Maak ons rijk, zooals je beloofd hebt, en doe verder wat je wilt!"

De stuurman voer op het vreemde vaartuig aan, dat reeds weer de zeilen had geheschen, en spoedig werden de enterhaken erop uitgeworpen.

Onder luid en woest getier sprongen de zeeroovers er op over, en werden de vijfhonderd pijpen wijn naar het dek van den Omval gerold. Reeds het eerste vat het beste, dat op het roofschip was overgebracht, werd de bodem ingetrapt, en met gulzigheid wierp men zich op het bedwelmende vocht.

Ha, zoo ging het den bootsman naar den zin. Weldra zou de geheele bemanning dronken zijn, en als dan zijn rotgenooten zich hadden weten te matigen, had hij het spel gewonnen. Om het beroofde schip, dat nog aan de enter-

Sluiten