Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de onvruchtbare eilanden boden geen enkele beschutting aan.

„Waar gaan we heen, Dirk!" vroeg Wim op 'n morgen, toen weder de wind akelig door het touwwerk gierde.

„De admiraal wil om Schotland en Ierland heen, maar, och God, ik geloof er niets van!"

Juan kwam er ook bij.

„Vader zegt, dat we wel om Ierland heen kunnen, als we maar voedsel aan boord hadden. Op vele schepen krijgt 't scheepsvolk bijna geen eten en zijn velen te zwak om hun werk te doen."

„Dat wordt 'n mooie boel," meende Wim, „en dan die stormen en die rotsachtige kust."

„Als we maar konden landen, zouden we wel brood koopen; geld is er genoeg aan boord, kisten vol, maar geen voedsel."

„Waar is dat geld, Juan ?" vroeg Wim, die eensklaps vol belangstelling was.

„In de kajuit van den admiraal."

„Is er veel?"

„Veel? — Ik geloof wel tien kisten, enkel met goudstukken."

„Och, kom, je maakt ons wat wijs!" „Wat wijs maken? — Wil je 't zelf zien?"

Sluiten