Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

95

je je maar wat drogen, andere kleeren heb ik niet voor jelui.

„Dat begrijp ik," zei Ben, „zoo dik zitten wij er ook niet in."

Een poosje later knapperde en knetterde het hout lustig op en schoven de schipbreukelingen wat dichter bij. Hè, dat was lekker en met het gevoel van een kat, die zich in 't zonnetje koestert, draaide Wim zich om en om en gaf door een zacht geknor zijn tevredenheid te kennen.

„Jelui moet vannacht maar hier blijven," zei de visscher. „Op den grond bij het vuur kunnen jelui 't wel uithouden. Ik woon alléén, ben niet getrouwd, je moet het dus maar voor hef nemen, zooals je 't vindt."

Wim zag eens rond. De hut zag er allereenvoudigst uit, heel wat anders dan bij moeder Jane.

„Uitstekend, man," knorde Ben, wien de warmte ook goed deed. „Dan gaan we morgen vroeg op 't pad. Mijn vrouw zal wel ongerust zijn."

„Maar, wat is er toch eigenlijk gebeurd ? 't Waait wel hard, doch een storm staat er niet. Hoe kom je dan te verongelukken ?"

„Daar heb je gelijk in. Begrijpen doe ik 't ook niet. M'n schuit was nog best. Hoe 't mogelijk is, dat hij

Sluiten