Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

112

„Dan wel dadelijk meneer," viel Wim in, „ik weet, dat u het nog druk hebt met uw zaken, ik mag u dus niet langer ophouden. Ik dank u vriendelijk voor uw hulp."

Geen dank, Wim; hier," en tegelijk stopte hij hem een goudstuk in de hand, „als de schipper geen betaling wil hebben, zal ik het jou maar geven. Goede reis."

„Dank u wel, meneer," stotterde Wim, „en — en wil u vooral nog eens de groeten doen aan ouden Ben en moeder Jane ?"

, Jk zal het niet vergeten, nogmaals gegroet."

Twee dagen later vertrok de „Twee gebroeders" naar Holland en drie dagen daarna viel ze Den Helder binnen. Hier verwisselde Wim van vaartuig. Er lag toch ook een schip, dat naar Hoorn bestemd was, de „Vrouw Geertje". Wim kende het wel; schipper Hendrik Pietersz was een goede kennis van vader.

Of hij mee mocht varen?

Natuurlijk, wat er aan scheelde?

Hij kwam uit Engeland en zou anders door moeten naar Amsterdam.

Dat was niet noodig, hij mocht met alle plezier overwippen.

„En komt u uit de Oostzee ?"

Sluiten