Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij was er meer geweest en wist dus wel waar moei Maaike woonde. Marie was thuis.

Wim lichtte den klink van de achterdeur op en trad het kleine huisvertrek binnen.

Marie zag op. Een licht rood kleurde haar de wangen en verheugd riep ze uit:

„Hé, moei daar is Wim van buurman Jansz!"

„Jongen" — en tegelijk gaf ze Wim de hand, — „wien ik ook verwacht had, niet jou."

„Dat begrijp ik, Marie, je moet de groeten van moeder hebben en van de buurtjes uit de Peperstraat."

Maaikemeu schoffelde ook nader:

Ga zitten, jongen. Je hebt toch zeker wel den tijd ?"

„Den heelen dag, meuke."

„Prachtig, vertel dan eens op, wat er in de stad al zoo gebeurd is."

En nu kwamen de sluizen open en Wim vertelde en Marie luisterde en Marie vertelde en Wim zette de ooren wijd open.

Eindelijk was de eerste nieuwsgierigheid bevredigd.

„Mag Marie een uurtje met me schaatsenrijden, Maaikemeu ?" vroeg Wim, terwijl hij de oude vrouw, die bij den haard gezeten was, vriendelijk aan keek.

125

Sluiten