Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VEERTIENDE HOOFDSTUK.

Bijna twee maanden had Wim gesukkeld. De voet was weer in orde, doch met den arm zou het nog wel een tijdje duren. De barbier, die herhaaldelijk gekomen was, had telkens een zeer bedenkelijk gezicht gezet en nu dit vocht er op gedaan en dan dat, doch eindelijk was de arm, ondanks den barbier en dank zij het gezonde gestel van den patiënt weer in zoover hersteld, dat hij hem weer mocht bewegen, doch 't ging erg houterig.

Toen werd geheel Hoorn verrast door de komst van buurman Pikmans.

Hij was meegekomen met de schuit van schipper Gerrit Evertsz uit Enkhuizen, die eveneens in Spanje gevangen had gezeten, doch door Filips II met een geheime bedoeling was vrijgelaten.

Evertsz was n.1. op een goeden morgen bij den koning ontboden, waar hem gevraagd werd, of hij niet mee helpen wilde, om de Nederlanders onder het Spaansche gezag te krijgen.

Sluiten