Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

140

Een oogenblik keek de schipper verlegen, doch toen flitste het hem door het hoofd, dat dit een goede gelegenheid was om vrij te komen en met een verheugd gezicht antwoordde hij:

„Wat graag, Sire."

„Wei nu, man, als je het zoover wist te brengen, dat Enkhuizen de zijde des konings koos, was er veel gewonnen. Kan je ons helpen."

„Ja, dat kan ik wel; maar dan moet ik geld hebben, om verschillende luitjes om te koopen, en had ik graag brieven mee, waarin over koophandel gesproken werd: over graan, boter en kaas; misschien zal het dan lukken. Wanneer dan nog enkele andere schippers vrijgelaten werden, zal dat beslist een gunstigen indruk in 't land maken."

De koning was tevreden. De brieven werden in orde gemaakt en enkele geadresseerd aan den hertog van Parma, met wien Evertsz verder onderhandelen moest. Ook Pikmans werd vrijgelaten, doch zijn schip bleef verbeurd verklaard.

En zoo kwamen ze in Holland. Evertsz haastte zich, de regeering in kennis te stellen met de plannen des konings, zoodat er verder heel weinig van kwam, doch Pikmans was naar Hoorn gesneld. Ook nu weer liep het druk in de Peperstraat. Velen kwamen

Sluiten