Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voldoen, dat hij bij den zeilmaker, den smid en anderen nog schuld had.

Hij nam hem dus zijn vraag niet kwalijk, integendeel. Wim beschouwde hij als zijn zoon, met hem kon hij wel alles overleggen.

„Kijk, jongen," verklaarde hij, „de verkoop der planken zal wel zooveel opleveren, dat ik de gage voor de zeelui kan betalen. Dan blijft er nog wel zooveel over, dat ik Zwart een voorschot kan geven, evenals den leverancier der levensmiddelen en dan maar vertrouwd op de volgende reis. Of —" en plotseling betrok het gezicht van Pikmans — „of, wil je liever naar huis terug ?"

Wim sprong op.

„Neen, buurman, ik ga mee. Als u denkt, dat het goed zal afloopen, blijf ik bij u, tot alles achter den rug is!"

„Dank je, jongen," en Pikmans klopte zijn buurjongen hartelijk op den schouder.

166

Sluiten