Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

scheelde, was uit. Bovendien bleven de kinderen in de buurt.

Nadat Moeder Zusje dus in het wagentje gezet had, ging zij weer in huis, het troepje nog eens vroolijk nawuifend. Dolf en Mieke liepen ieder aan een kant van het wagentje.

Maar het duurde niet lang, of Dolf zei met een vleiend stemmetje:

„Laat ons er ook in stappen, Suusje, we kunnen er best met'ons vieren in."

Suusje keek hem vragend aan.

„Maar wie is de vierde dan?" vroeg ze eindelijk.

„Molly," antwoordde Mieke. „Dolf rekent mijn pop altijd mee. Dat komt omdat hij nog zoo klein is."

„Niet waar! Ik ben al groot!" zei Dolf beleedigd. „Vader heeft het gisteren zelf gezegd."

„Stil maar," zei Suusje nu moederlijk, terwijl zij haar broertje in het karretje hielp. „Voor het wagentje ben je al bijna te groot. Maak je beenen zoo kort mogelijk, Dolf, anders kan Zusje niet zitten."

Dolf begreep, dat het in zijn eigen belang was, wanneer hij zich inschikkelijk betoonde. Hij vouwde zijn beenen dus dubbel onder

74

Sluiten