Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

69

andermaal op aangedrongen, dat men stadswerkers zou uitzenden om de schansen te slechten, opdat de Spanjool, als hij weer voor de stad kwam, de gebraden visschen voor zijn avondmaal niet gereed zoude vinden? Maar al zijn praten was vergeefs! O, ik zeg niet dat de meerderheid van den Magistraat Spaanschgezind is. De meerderheid kijkt de zaken alleen verkeerd in, en om in het belang der burgerij werkzaam te zijn, houden ze alle uitgaven, die de Prinsgezinden voorstellen, tegen. Ze zijn niet Slecht, volstrekt niet, doch al te lichtgeloovig, en ze laten zich bepraten door de zuinige burgers, die op hun beurt zich om den tuin laten leiden door de Glippers I"

„Maar de Prins, zou die niet te bewegen zijn, iets in deze te doen ?" vroeg van Keulen.

„Ja, de Prins wil ook wel; maar je weet toch, dat hij nog altijd met de afdeeling krijgsvolk, waarmede hij zijn broeders wilde bijstaan, in de Bommelerwaard vertoeft? Toch wil ik me morgen derwaarts op reis begeven, dan zal ik hem beter van een en ander op de hoogte hunnen brengen, dan dat ik zulks schrijf, want het is dringend noodig, dat hij alles weet, en zulk een gewichtig bericht is in deze tijden aan geen brief toevertrouwd. Wees daarom zoo goed, van Keulen, en zeg aan Cornelis, dat hij mij morgenochtend tegen vier uur wekt, dan ga ik met de Rotterdamsche tentschuit mede!"

Nadat van Keulen beloofd had, dat hij er voor zorgen zou, dat Cornelis hem kwam wekken, gingen de beide mannen heen.

Zij namen hun weg langs de Breede-straat en wilden juist de Maarsmansteeg ingaan, toen ze voor het stadhuis eenige burgers zagen staan.

„Daar heb-je Barend Cornelissen," riep er één uit den hoop, „die zal ons zeggen, wat hij raadzaam en oorbaar acht. Zullen we de schansen slechten en levensvoorraad innemen, óf wel de schansen in wezen en de pakhuizen meer dan half ledig laten ?"

Sluiten