Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

101

de Hoogewoerd op, en kwam, buiten adem, eindelijk voor het stadhuis, toen er bijkans nog niemand was. Daardoor was hij een van de voorsten en kon hij uitmuntend verstaan wat van Hout bekend maakte.

„Goede lieden," dus begon van Hout, „zoo even is Jan Claesz. Boon in de stad teruggekomen met brieven van den Prins: Zijne Vorstelijke Genade betuigt u daarin dank, dat gij, zoo vol vertrouwen op het recht der goede zaak, besloten hebt, deze uwe veste te verdedigen. Al wat in het vermogen van den Prins is, zal hij doen om de Spanjaarden te noodzaken, het beleg op te breken."

Een ontevreden gemor ontstond, want voor een herhaling van wat men wist, was het toch niet noodig, de menschen uit hun bed te luiden.

„Maar er is nog beter nieuws," vervolgde van Hout. „Den dertigsten der vorige maand hebben die van Vlissingen een schitterende overwinning op de Spanjaarden behaald. Op Zondagmorgen van den Pinksterdag heeft van Boisot met zijn Geuzenvloot de Spaansche schepen, onder den Vice-Admiraal AdoK van Heemstede bij Antwerpen aangetast. De Geuzen hebben wonderen van dapperheid verricht. Van de twee-entwintig schepen des vijands zijn er maar acht overgebleven, de overigen zijn verbrand of prijsgemaakt, ja, men heeft den Vice-Admiraal zelfs gevangen genomen! Ge ziet, burgers, de vijand is niet onoverwinnelijk, en de onzen toonen, dat ze den Spanjaard niet meer behoeven te vreezen! Houdt moed burgers, God zal met onze goede zaak zijn 1 Wij zullen zegevieren ! Zoekt thans weder uw slaapsteden op en droomt van Leidens kloeke volharding in dagen van strijd en nood !"

„Wat zeg-je daar nu van, Cornelis?" vroeg Leeuwke, die zijn vriend weldra gevonden had.

„Wat ik daarvan zeg, Gerrit ? ? Ik zeg er dit van : „Laten die malle Glippers voortaan maar zwijgen, en niet meer zeggen, dat wij ,ons moeten overgeven, omdat de Spanjaarden toch zooveel sterker zijn dan wij! Mijne hand jeukt, als

Sluiten