Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

105

gesloten werd. Wanneer de stok maar een paar keeren met de modder in aanraking was geweest, zou de slimste man er niets van kunnen zien.

Na den moedigen knaap aangemaand te hebben toch vooral voorzichtig te zijn, liet van der Does hem vertrekken.

Later rullen we wel zien hoe Leeuwke zich van zijn taak kweet. Wij volgen liever Cornelis, die Leeuwke tot aan van der Does' woning vergezeld had, op zijn weg naar huis. De knaap was ontevreden, dat er voor hem zoo weinig te doen viel, en hij meende dat hij, als hij zich ook maar bij de schutter-vendels had laten inschrijven, nu mogelijk wel in plaats van Gerrit met die boodschap buiten de stad belast zou zijn zijn geworden.

„Goed dat je thuiskomt, Cornelis," zeide zijn Pleegvader. „Er is werk aan den winkel. Aanstaanden Zondag zullen we met eenige plempen of tentsnebben een uitval doen om een koren vloot uit Ter Gouw binnen te loodsen."

„Zondag, Vader ? Hoe komen ze juist aan dien dag ?"

„Ik denk, dat de Magistraat zóó geredeneerd heeft: „De Calvinisten vieren den Sabbat streng, dat weten de Spanjaarden, en daarom zullen ze juist op dien dag geen uitval verwachten. Ze zullen minder waakzaam zijn en onze kans van slagen wordt er grooter door. Het is te hopen, dat alles gelukt, want dan kan onze stad het een heel poosje tegen den Spanjaard volhouden. Kom, ga mee, we moeten onze schuit gereed maken voor — oorlogsschip. Wel, wel, wie had dat ooit van mijn eenvoudig scheepken durven denken ?"

Pleegvader en zoon verlieten terstond hun woning en begonnen met allen, die zich als vrijbuiter aangemeld hadden, alles voor een uitval gereed te maken.

Heel Leiden was vol hope, en zag de graanzolders reeds tot instortens onder den last gevuld.

Het liep tegen den Zondagmiddag.

Wat vrijbuiter • was of schippersgezel, was in beweging. Allerwegen zag men levendige belangstelling, in hetgeen onder-

Sluiten