Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

175

.,Gonda, Gonda!" riep vrouw van Keulen den volgenden morgen, zoo luid zij kon.

„Wat belieft u, Moeder!" gaf Gonda ten antwoord, want sedert zij bij van Keulen in huis was, noemde zij de Pleegouders van Cornelis, evenals hij, Vader en Moeder.

„Kind, blijf-je vandaag heel den dag slapen ? Kom, het is meer dan tijd om op te staan! Het is bijkans negen uren!"

„Ik kom," antwoordde Gonda en stond weldra in de woonkamer, waar ze, zonder iets van haar nachtelijk avontuur te laten blijken, haar Pleegmoeder aan de huiselijke bezigheden medehielp.

ZESTIENDE HOOFDSTUK.

Gevleugelde postboden.

Sinds eenigen tijd werd het weinige vee, dat nog in de stad was, onder toezicht der Regeering geslacht en in het Koor der Sint-Pieterskerk uitgedeeld of verkocht. Zij, die rijk waren, konden evenwel niet méér koopen, dan de minvermogende burgers of de armen kregen ; er werd eerlijk gedeeld. Ook Barend Cornelissen was er heen geweest om zijn portie te halen. Zwijgend zette hij het taaie vleesch neder en begaf zich naar den wal, om daar op zijn beurt de wacht waar te nemen. Wie hem had zien heensloffen, want gaan kon het niet heeten, zou in die trage gestalte met gebogen hoofd, den wakkeren schipper van een maand of drie geleden niet meer herkend hebben.

Cornelis, die te zes uren thuis gekomen was, lag gerust te slapen. Jongens op dien leeftijd kunnen veel verdragen.

Tegen den middag stond hij op en daar er nog niets te eten viel, begaf hij zich op straat, waar veel leven en beweging heerschten.

„Er zijn weer brieven gekomen, Cornelis! Weet-je het al?" zeide van der Morsch.

Sluiten