Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

22

Tot hen, die keizer Frederik en diens zoon getrouw bleven, behoorden de paltzgraaf van den Rijn, de hertog van Saksen, de markgraaf van Brandenburg en bijna al de Duitsche Rijksstenden, en als we dat weten, dan moeten we den besten levensbeschrijver van graaf Willem II, Mr. Johan Meerman, wel wat gelijk geven, als deze schrijft: „Willem was inderdaad de man, die Paus Innocentius boven anderen voegde. Hij toch was jong en eergierig, en een kroon, hoezeer ook met doornen doorvlochten, had te veel aanlokkelijkheden in zijn oog om versmaad te worden, en het ontbrak hem aan ondervinding en koel overleg," — geen wonder, want hij 'was nog niet ten volle twintig jaar oud en hij had zelfs nog geen baard of knevel, — „om in te zien in welke strikken hij zich verwikkelde, in welk een zee van verdrietelijkheden hij zich stortte. Dapper en oorlogzuchtig, brandde hij van begeerte om zijn krachten aan Koenraad te beproeven," — de keizer was meestal in Italië, — „en door dien vorst te verslaan en uit zijn gebied te verjagen zich met een onsterfelijken naam op den' troon des keizerrijks vast te zetten."

Inderdaad zulk een ervaren, maar edel en dapper jongeling was er noodig, want het kon zeer goed gebeuren, dat de keizer en zijn zoon over al hun vijanden zegevierden, en dan zou hij, die zich als Tegen-koning opgeworpen had, het gelag, zoo niet met zijn leven, dan toch met het verlies van zijn gebied moeten betalen. Op den steun van Paus Innocentius viel wel vast te rekenen, doch ook hij was sterfelijk, en het zou altijd de vraag zijn, of zijn opvolger den ban over keizer Frederik handhaven dan wel opheffen zou. Toch was de zaak doorgedreven en in graaf Willem had de Paus iemand gevonden, die eerzucht en moed genoeg had om de waardigheid van roomsch-koning niet alleen te aanvaarden, maar ook tegen keizer en koning Koenraad te verdedigen. Om hem te kiezen waren kardinaal Caputia, koning Wenceslaus van Bohemen, — de hertog van Brabant, — Siegfried van Epstein, aartsbisschop van Mainz, — Koenraad van Hoystaden, aartsbisschop van Keulen, en nog eenige andere geestelijke en wereldlijke vorsten bijeen gekomen, en den derden

Sluiten