Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

io6

vangen. Alles moest in hun voordeel aangewend worden en van het geringste moesten zij gebruik maken. Dat Wolfaard met de feestregeling belast werd, was een kolfje naar de hand van Otto, die Wolfaard hield voor den onnoozelsten en domsten man, die er op twee lange beenen rondliep. Werkelijk, naar zijn meening ging alles als van een leien dakje! De welberaamde list zou een schitterenden uitslag hebben.

Was Otto in zijn schik, heer Ogier van Berkenheim was het minder, want koning Willem bemoeide zich meer met de regeling dan heer Ogier welkom was.

Reeds was hij bezig een tornooi-veld of kampplaats af te bakenen toen koning Willem kwam en zei: „Houd daarmee op, heer van berkenheim! Wij missen bij onze tornooien al te veel het water om aan onze paarden eens minder aandeel in den kampstrijd te geven. Ik wensch dus dat er hier op den schoonen Rijn, die er zich zoo uitnemend toe leent, een water-tornooi zal gehouden worden."

Zulk een kamp op het water was voor ridder Ogier heel vreemd en het kostte hem, vooral met het oog op zijn plannen al te veel hoofdbrekens.

Wat de ridders betreft, die aan den kamp zouden deelnemen, dezen waren met het plan van den koning Zeer ingenomen. Het was wat nieuws en, hierop kwam het toch geheel en al aan, er zou te vechten en te pronken vallen. Te vechten was iets heerlijks! Geen "ridder, die er niet van hield of die er voor durfde uitkomen, dat hij.er niet van hield. Men zou zulk een met de vingers nawijzen en aan de algemeene minachting prijsgeven. — Dat de held, die in den strijd viel, in het Walhalla uit de hersenpannen zijner verslagen vijanden den geliefkoosden vaderlandschen drank, bier, zou drinken, niet één was er, die het nog geloofde. Zelfs de minst ontwikkelde trosboef, in armoede, onwetendheid en bijgeloof geboren, wist niet eens dat men vroeger in een Walhalla geloofd had. Men vocht dus niet meer met het oud-Germaansche geloof, maar de vechtlust, en de hooge verdiensten, die men aan vechten toeschreef, was

Sluiten