Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

154

Heel anders toch dan de meeste edelvrouwen van dien tijd, was de jonkvrouwe van Delft. Zij beminde de beoefening van kunsten en wetenschappen meer dan eenige andere edelvrouw, maar daarom was ze nog geen vijandin van geoorloofde uitspanningen en van genot. De arme jonkvrouw Jolanda, die zoo langen tijd onder zulke ruwe gasten verkeerd had, was dus wel gelukkig geweest om ten huize van Richardis te komen. Geen edelvrouw had zooveel tijd kunnen en willen wijden aan de verwaarleosde opvoeding van het arme meisje, wier zielstoestand bovendien veel te wenschen overliet.

Een welkome gast in het Keulsche huis was Koenraad steeds geweest. O, als hij, gezeten naast den vromen en geleerden Albertus Magnus, van dezen allerlei lessen en raadgevingen ontving, wat zat de lieve Jolanda dan niet met alle aandacht te luisteren! Hoe. verbaasde zij zich vaak, dat Koenraad, die een vriend van wapenen en strijd was en niets liever deed dan zich oefenen in allerlei ridderlijke bezigheden, niet begreep, wat de monnik zoo glashelder verklaarde!

Was het bij haar: „een goed verstaander heeft aan een half woord genoeg," bij Koenraad was dat juist omgekeerd, hoewel de goede monnik den moed nog niet opgaf, dat Koenraad eenmaal iemand worden zou, die ook in kunsten en wetenschappen smaak vond. Stellig had hij daartoe in Wolfaard een uitnemenden leidsman. Wolfaard was echter thans ditmaal alleen in Keulen, want Koenraad was met koning Willem meegetrokken naar Brunswijk en deze laatste werd nu met zijn jonge vrouw eiken dag terug verwacht. Koning Willem had ter bescherming zijner moei, Wolfaard met een vrij sterke bende in Keulen gelaten, en hem meteen vrijheid gegeven om, als de gelegenheid gunstig was, ook den Wolfsburcht aan te tasten. Ridder Herman van den Wolfsburg leefde nog, en genoot zelfs een zeer goede behandeling. Wel moest hij zich tevreden stellen met een paar kleine vertrekken, waar niemand bij hem komen mocht, wel werd dag en nacht voor zijn deur en vensterramen scherpe wacht gehouden, doch aan eten en drinken ontbrak het

Sluiten