Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

52

den tijger na. (Net of dappere mannen zich daardoor van hun moorddadig voornemen zouden laten afbrengen.)

In 't gelid geschaard stonden ze gereed, wachtend op den strijdkreet van hun voorganger, om er op los te gaan.

Oppas was nu vlak bij den waringin. Daar opeens trof zijn loerenden blik iets zeer verdachts, en met den kreet: „Verraad, verraad", vloog hij overeind, en rende zoo vlug als zijn voeten hem konden dragen, naar zijn heer terug, 't Was al te laat. Met oogverblindende snelheid was de vijand opgerukt, en had zich op de argelooze „Companie" geworpen.

Wel vloog trouwe oppas te hulp, en sloeg er met zijn kris (pollepel) op los, dat het een aard had.

Helaas! wat kon de grootste dapperheid baten tegenover zulk een overmacht?

In minder dan geen tijd lagen Controleur, Regent en Oppas gekneveld aan den voet van den waringin. Over hun lot zou nader worden beslist, en boosaardig fluisterde een der oproermakers den ander toe: ,,'k Zie 't heele Bestuur al aan dezen boom bengelen, dat zit ze niet glad, die leelijke geldafzetters."

Nu verwijderde de vijand zich, om over 't lot der gevangenen nader te beraadslagen, een schildwacht te hunner bewaking achterlatend.

Sluiten