Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

53

Hun arme slachtoffers waren intusschen aan de grootste folteringen overgeleverd. De zon brandde onduldbaar fel, een onleschbare dorst kwelde hen, met daarenboven de gruwelijke angst straks te worden opgehangen.

De Regent zuchtte, de Controleur keek zoo zwart als de nacht. Maar wat deed oppas?

Opeens zagen de beide anderen hem niet meer. Hoe had hij zich van zijn knellende banden kunnen bevrijden? Waar was hij heen?

Een sprankje licht gloorde aan den duisteren horizon; de gevangenen vatten weer moed. Niet te vergeefs.

Want, wat klonk daar in de verte? Wie kwamen daar aangemarcheerd met versnelden pas en onder heftig tromgeroffel?

Trouwe oppas vooraan, achter hem: Mevrouw Wedono, neneh, baboe Lous, terwijl 't leger nog versterkt werd door Tidjem, in der haast onderweg geprest

In een oogwenk waren de gevangenen bevrijd, en nu bleken de bordjes verhangen. Na een verwoed dapperen strijd, werden de oproerlingen overmeesterd, en gevankelijk meegevoerd.

Neneh was de eenige, die zich zeer laf gedroeg. Zoo gauw ze er kans toe zag, had ze den vijand den rug

Sluiten