Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

101

„Wel, kindje, omdat ik vroeger in 't zelfde geval ben geweest als jij nu. 'k Miste ook aanleg voor muziek, en zag eiken dag opnieuw tegen 't studeeren als tegen een berg op. Maar ik had een zeer strengen vader, en wanneer de onderwijzeres aankwam met klachten over mijn onoplettendheid en gebrek aan ijver, kreeg ik knorren en straf

Op een keer vatte ik al mijn moed bijeen, en smeekte papa te mogen uitscheiden met pianospelen, maar daar kwam niets van in; papa zag er van toen af nog veel strenger op toe, of ik wel behoorlijk studeerde. Dat is al twintig jaar geleden, Nel, en ik begrijp nu wel, dat mijn goeie vader tot mijn eigen bestwil meende te handelen, 'k Zal echter nooit vergeten, hoeveel bittere tranen ik voor de piano geschreid heb, zoodat ik dikwijls noten en vingerzetting niet onderscheiden kon. Zie je, kindlief, dat verdriet wilde ik jou graag besparen."

„En heeft u naderhand nog goed leeren spelen." ■

„Neen, vrouwtje, zoo'n beetje maar, voor mij zelf alleen. Als anderen in de kamer zijn, als 'k weet, dat er naar me geluisterd wordt, begin ik dadelijk te broddelen, 't Jaren lang oefenen heeft de moeite niet geloond."

„Waarom deed uw mama geen goed woordje voor U bij uw papa?" onderzocht Nel.

,,'k Heb mijn eigen moeder, net als jullie, al vroeg verloren, en nooit een tweede mama gekregen, kind.

Sluiten