Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 24 —

lijk verborgen achter den grooten leeren armstoel, waarin Vader na het eten altijd een poosje zat.

„Bravo!" riep Moeder, met een blad vol dingen binnenkomende. „Dat begint er al naar te lijken! Nu zal ik gauw een servet halen en dan —."

Het tafelgoed zat in een kist met een gewoon slot er op; die ging dus met een sleutel en niet met een pook open, en toen nu het servet op tafel lag, werd er een waar feestmaal aangericht.

Iedereen was wel erg moe, maar iedereen fleurde toch op bij het gezicht van dat grappige, lekkere avondeten. Er was een trommeltje met biscuits, Maria's en van die heel gewone, sardines, gember, trosrozijnen, sinaasappelmarmelade en een stuk brood.

„Wat gelukkig dat Tante Emma nog maar alle eetbare waar uit de provisiekast inpakte," zei Moeder. „Pas op, Phil, steek het marmeladelepeltje niet in hét sardineblikje."

„Neen, Moeder," zei Phyllis, en ze legde het op de Maria's.

„Laten we eens op Tante Emma's gezondheid drinken," stelde Roberta opeens voor. „Wat zouden we hebben moeten beginnen, als zij dit niet allemaal in de kist had gestopt! — Daar gaat ze!"

De toast werd met water gedronken uit gebloemde keukenkopjes, want niemand wist waar de glazen waren.

Ze voelden allemaal dat ze Tante wel een beetje hard beoordeeld hadden. Al was ze niet zoo'n lief, gezellig mensen als Moeder, zij had er dan toch maar aan gedacht al die eetwaren voor hen in te pakken. Tante Emma had er óók aan gedacht al de beddelakens bovenop in een koffer te leggen, zoodat de bedden, die de verhuizers in elkaar hadden gezet, in een ommezientje waren opgemaakt.

„Slaap lekker, jongens," zei Moeder. „Ik weet zeker dat hier geen ratten zijn, hoor! Maar ik zal mijn deur

Sluiten