Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 140 —

bie en Phyllis het naar het kleine grijze huisje waar Perks woonde.

't Huisje zag er keurig uit. Op de vensterbank stond een potje met wilde bloemen: groote madelieven, roode zuring en bevertjes.

Achter uit het waschhok kwam een plassend geluid en een half gewasschen jongen stak zijn hoofd om de deur.

„Moeder trekt zich om," zei hn".

„Ik kom d'rekt beneden!" klonk een stem van boven, langs de schoongeboende trap.

De kinderen wachtten verlangend. Daar kraakte de trap en gleed juffrouw Perks naar beneden, haar japonlijf nog dichtknoopende. Ze had haar haar glad en strak naar achteren gekamd en haar gezicht glom van de zeep.

„Be was een beetje laat, jongejuffrouw," begon ze tegen Bobbie, „ik heb alles een extra beurt gegeven, omdat Perks er toevallig van de week van gesproken had dat hn* jarig was. Be begrijp niet hoe hij er zoo bij kwam. We onthouden de verjaardagen van de kinders natuurlijk wek maar die van hem en van my — daar zijn we toch te oud voor, tenminste in onzen stand."

„Wij wisten ook dat het zn'n verjaardag was," zei Peter, „en we hebben buiten in den kinderwagen wat cadeautjes voor hem meegebracht."

Juffrouw Perks wist niet wat ze hoorde en stond met open mond te kijken, terwijl de bezoekers uitpakten. Toen aBes was uitgestald, bracht ze de kinderen erg aan 't schrikken door plotseling op een matten stoel neer te vallen en in tranen los te barsten.

„Och toe, niet doen, juffrouw!" verzochten de meisjes, en Peter voegde er, misschien wel wat ongeduldig achter: „Wat is dat nou! U vindt het toch niet naar!"

Juffrouw Perks snikte maar door. De kleine Perksjes, nu zoo helder gepoetst als iemand maar wenschen kon, stonden om de deur van het waschhok met booze gezicht-

Sluiten