Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 207 —

is dit natuurlijk de knecht die het nieuws voorzichtig aan Moeder moet komen meedeelen."

„Onzin!" ze; Peter. „Dien zou Moeder toch niet mee naar Jim's slaapkamer hebben genomen! Daar zou geen enkele reden voor zyn. — Hoor, de deur gaat open! Nu zullen ze wel dadehjk beneden komen; ik zal de deur op een kiertje zetten."

En hy deed het.

„Dat is niet afluisteren,» antwoordde hy verontwaardigd op Phylhs' tegenwerpingen; „niemand zal toch op de trap geheimen behandelen! Dan zou je tenminste al gek moeteryhjn, en Moeder kan toch geen geheimen hebben met den knecht van dr. Forrest _ en jy zei dat die net was.

„Bobbie!" klonk Moeders stem.

Ze deden de keukendeur open en Moeder stond over de trapleuning gebogen.

„Jim's grootvader is er," zei ze; „wasch juffie je gezicht en je handen, dan kun je hem even goedendag komen zeggen. Hij wü juffie graag even zien!» Daarop ging de slaapkamerdeur weer dicht.

„Daar nou, wat stom," zei Peter, „dat we daar niet aan gedacht hebben! Geef me een beetje warm water alstublieft, juffrouw; ik ben zoo zwart als roet."

Ze zagen werkehjk alle drie duchtig vuil, want poetsextract mag koperen kandelaars schoonmaken, je wordt er zelf alles behalve schoon van.

Ze waren nog druk bezig met zeep en nagelschuier, toen ze de laarzen en de stem naar beneden hoorden komen en de eetkamer binnengaan. En toen ze schoon waren, maar nog wel wat vochtig, want goed handen afdrogen duurt zoo ontzettend lang, en ze verlangden aUe drie even hard den grootvader te zien — kwamen ze achter ehcaar de kamer in.

Moeder zat in de vensterbank, en in den leeren armstoel, dien Vader in het vorige huis altijd gebruikte, zat —

Sluiten