Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

44

SLAVERNIJ EN DIENSTBAARHEID.

of wel aan den hoorn van het altaar. Zij, die de vrijheid in de kerk hadden verkregen, heetten tabularii, register-mannen, omdat de geestelijkheid hunne namen aanteekende in een register (t a b u 1 a), dat in de kerk werd bewaard. Zij stonden eene trap lager dan de penning-mannen, betaalden tyns aan de kerk, konden niet erven vóór het derde geslacht, en bij hun overlijden was de kerk, waarin zij vrijgelaten waren, hun erfgenaam. In de wet der Ribuariers is titel 58, bestaande uit 16 uitvoerige paragrafen, geheel gewijd aan de tabularii, hunne rechten, huwelijken enz. O. a. wordt ieder, die een tabularius, eene vrouwelijke kerkhoorige of een man (baronem) uit de bescherming der kerk ontvoerde, bedreigd met een boete van 60 sol., terwijl de afstammelingen van den geroofde onder de bescherming der kerk bleven (§ 13). Volgens het in de 10de eeuw algemeen toegepaste kerkrecht van Regino, abt van Prüm 1), moesten alle in de kerk vrijgelatenen, zoowel hun persoon als hunne bezittingen, door priesterlijk gezag tegen alle mogelijke aanranding (insolentia) worden verdedigd. Een koninklijk decreet bepaalde, dat de vrijgelatenen van alle i n g e n u i onder de bescherming der priesters zouden staan en niet voor het gerecht konden worden gedaagd 2).

c. V r ij 1 a t i n g b ij brief.

Dit was de eenvoudigste methode; daarbij kwam noch de koning noch de kerk noch een zwerm van getuigen te pas. Formulieren voor het bij zulke gelegenheden afgegeven getuigschrift zijn door Marculf bewaard. Een daarvan luidt: „Wij laten u, N., uit ons slavengezin (familia) van heden af vrij van eiken band van dienstbaarheid; in dier voege dat gij van heden af een vrij leven zult leiden, alsof gij uit vrije ouders waart geboren, en door geen dienstplicht aan ons, onze erfgenamen of achtererfgenamen of wien ook verbonden of verschuldigd zult zijn behalve aan God alleen, aan wien alles verschuldigd is" enz. 3). In een anderen brief wordt hieraan nog toegevoegd: „Gij hebt nu het recht verkregen om een testament te maken en de verdediging of bescherming (mundiburdium) van kerken of goede menschen, waar gij die kiezen zult, te verkrijgen" (c o n q u i r e n d u m) 4).

Ziehier een paar uitvoerige modellen voor een vrijbrief: „Wie den hem verschuldigden band van slavernij ontknoopt, mag vertrouwen hiernamaals genade bij den Heer te zullen vinden. Weshalve ik in Godes naam N. en mijne echtgenoote, voor het heil onzer zielen en in de hoop op eeuwige vergelding, u X of Y, een onzer slaven (ex familia), van heden af losmaken van eiken band van slavernij; zoodat gij voortaan een vrij leven zult leiden, alsof gij uit vrije ouders waart geboren, en aan geen onzer erfgenamen en achtererfgenamen dienstbaarheid of hulde (libertatis obsequium) zult verschuldigd zijn, maar alleen aan God, wien alles onderworpen is. Ik schenk u

1) 892—899. De titel van het werk is: De disciplina ecclesiastica et religione christiana libri II. •

2) Capit. Add. IV, c. 86 (II, p. 844).

3) Marculfl Formulae II, No. 32 (III. p. 333). Vgl. Nos. 33 en 34.

4) App. Marculfl (Form. vet. ine. auct.), No. 13 (III, p. 351).

Sluiten