Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3

JAARTAL 1879

tuigende kracht ligt juist in de aangehaalde bewijsstukken. We laten hier dan ook alleen de resumptie volgen, die Dr Kuyper zelf aan het einde van zijn geschrift geeft:

Zie ik goed, dan is met het bovenstaande de onverhoedsche aanval van Dr van Toorenenbergen tamelijk wel op alle punten afgeslagen.

Had hij beweerd, dat de professoren in canonieke zaken geen definitieve stemmen hadden — ik heb met de stukken zelf aangetoond, dat ze wél meê concludeeren.

Had hij hen als getuigen opgeroepen tegen het in omnibus en voor een on-Dordtsche revisie, — ik heb bewezen, dat zij vóór het „per omnia" waren, en de vrije revisie afkeurden.

Had hij beweerd, dat de Staten en Curatoren reeds vóór 25 Augustus omgezet waren en uit dien hoofde nu in alles met de Calvinisten gingen, — ik heb doen zien, dat de Staten in Augustus nog de ouden waren, en, later omgezet, wel in Theologicis met de Gereformeerden gingen, maar in Canonicis het oude antiCalvinisme doorzetten.

Had bij beweerd dat de H. H. Walaefls es. niet wilden teekenen, wijl het stuk dat men hun voorlei „niet eerlijk, niet ruim, niet eenvoudig" genoeg was, — ik heb uit onwraakbare documenten aangetoond: 1°. dat ze zelf dit stuk meê opstelden; 2°. bereid waren het te teekenen; en 3°. het alleen niet teekenden, overmits het hun verboden was en gemterdiceert.

Maar bij het pareeren van die lansstooten liet ik het niet. Van geheel het terrein, waarop hij had postgevat, moest de aanvaller verjaagd worden; zou er weêr ruste komen op het burchtslot.

En daarom heb ik voet voor voet mijn geduchten tegenstander elke duim breed gronds buiten de omperking van bet tournooiveld betwist, en door een breede historische schets doen zien, hoe al wat achter de onderteekeningsquaestie lei door hem voorbijgezien, van de wederzijdscbe verhouding dientengevolge een gebeel verkeerde voorstelling gemaakt is, en geen de minste rekening is gehouden met het historisch milieu waarin dit geschil bepleit wierd.

Zoo heeft deze studie van Dr Kuyper de belangstelling in de Dordtsche periode ongemeen verlevendigd.

Zie verder de recensie van Dr F. L. Rutgers in De Heraut, nr. 74 en H. H. Kuyper, De Post-Acta, blz. 245 en 246.

Sluiten